De daling van het aantal gezette basisvaccinaties voor jonge kinderen in Den Haag is voor het eerst in vier jaar een halt toegeroepen. Den Haag intensiveerde het afgelopen jaar de vaccinatieaanpak en dit werpt haar vruchten af. De maatregelen van de gemeente worden uitgebreid.
Wethouder Hilbert Bredemeijer is optimistisch over de stijging van het aantal vaccinaties, maar waarschuwt dat er nog heel veel werk nodig is. Ruim een jaar geleden luidde hij de noodklok over de lage vaccinatiegraad en sindsdien probeert de gemeente op verschillende manieren om deze te verhogen, vooral bij kwetsbare jonge kinderen.
Het aantal BMR en DKTP prikken voor jonge kinderen steeg met respectievelijk 4 en 9 procent. Het aantal maternale kinkhoestvaccinaties (22-wekenprik) voor moeders steeg met maar liefst 14 procent. Het afgelopen najaar bood de gemeente de 22-wekenprik onder andere aan bij verschillende verloskundigenpraktijken. Tegelijkertijd nam het aantal BMR vaccinaties bij schoolgaande kinderen af met 18 procent, wat aangeeft dat er nog een lange weg te gaan is.
Verstevigen en uitbreiden
"Een stadsbrede campagne, de wijken in om fijnmazig voor te lichten, prikken bij verloskundigenpraktijken en zelfs op scholen. In Den Haag doen we alles om de vaccinatiegraad te verhogen", zegt wethouder Hilbert Bredemeijer. "De huidige uitbraak van de mazelen op een school laat zien dat dit van levensbelang is. Ik ben blij en voorzichtig optimistisch dat onze maatregelen hun vruchten afwerpen en dat er meer prikken worden gezet bij jonge kinderen, maar we zijn er nog lang niet. We moeten doorpakken en met extra steun van de Rijksoverheid onze aanpak structureel verstevigen en uitbreiden."